Columns
Vakantie. We zwerven door het prachtige Noorwegen met ruige rotsen, grillige bossen, meterdiepe watervallen, kale hoogvlaktes, kronkelende fjorden en onzichtbare trollen. Een land dat zelfs analfabeten inspireert tot mooie woorden.
Ik zit achter m’n laptop en schrijf. ‘Wat schrijf je?’ vraagt mijn man. 
‘De tekst voor een liedje,’ zeg ik en ik voeg eraan toe: ‘Over Sinterklaas.’
Hij proest van verbazing zijn koffie over de campervloer, dus leg ik het uit. Er is veel tijd nodig om een liedje te maken: tekst schrijven - op muziek zetten - arrangeren - inzingen als voorbeeld voor het koor - opnemen - mixen - een cd-master maken - cd’s persen. Daar gaan zo een paar maanden overheen en dus moet ik, als eerste in de keten, vroeg zijn. 
In gedachten schrijf ik verder. 
‘En wanneer kopen ze het dan?’ vraagt hij. ‘De scholen, bedoel ik?’
‘In oktober,’ zeg ik, hóóp ik. Want ik herinner mij ooit een leerkracht die op één december met spoed een Sinterklaasliedje bestelde en boos was dat wij niet konden garanderen dat hij het de volgende dag in huis zou hebben. Want: ‘U begrijpt toch ook wel dat ik het de vijfde nodig heb!’ 
Jazeker, dat begrijpen wij. En daarom zit ik hier, in het schitterende Noorwegen, in de stralende zomerzon, en schrijf een Sinterklaaslied. Maar de Zwarte Piet die ik erbij verzin, heeft in mijn hoofd veel haar, vier tenen en een lange trollenneus...
 

Volwassenen

Over mij